“Jezus kan echt het onmogelijke mogelijk maken!”

By 6 december 2018 Geen categorie

Ali is al een tijdje betrokken bij de ICF en is kort geleden met zijn hele gezin (vrouw, dochtertje en schoonmoeder) in de ICF gedoopt. Niet lang daarna zijn ook zijn zus Fatima, haar man en twee jonge kinderen in de ICF gedoopt. Dit is zijn verhaal. En Zijn verhaal.

Naar Nederland
Ik groeide op in Afghanistan. Drie jaar geleden ben ik, samen met mijn vrouw, schoonmoeder, dochter, zus, zwager en dochter naar Nederland gekomen. Hier hebben we eerst een periode in een AZC in Nieuwe Pekela gewoond. Later verhuisden we naar het AZC in Utrecht. Daar wonen we nog.

Mijn ouders wonen in Iran. Zij zijn, net als hun ouders, moslim. Daarom zou je kunnen zeggen dat ik ook moslim was. Maar ik noemde mezelf geen moslim. Ik bad niet en vastte niet, ik had geen religie. Ik vond bijvoorbeeld dat man en vrouw gelijk behandeld moeten worden. Ook vond ik het vreemd dat ik in het Arabisch tot God moest bidden en spreken. Dat is mijn taal niet, ik weet niet eens wat de woorden betekenen! Ik stelde vragen als: ‘Wie mag er eigenlijk naar de hemel? Geestelijk leiders, presidenten, advocaten?’ Niemand kon mij echt antwoord geven. Ik wilde de waarheid kennen, maar vond geen rust. Ik heb Afghanistan verlaten.

Nieuwsgierig
Ik kwam voor het eerst in aanraking met het christelijke geloof via mijn vrouw Cobra. Ik zag dat ze veranderingen doormaakte. Soms sprak ik kwaad over mensen die mij vroeger haatten. Mijn vrouw vroeg eens waarom ik zoveel slechte woorden gebruikte. Ik vroeg haar: ‘Wat moet ik anders? En er is toch niemand die het hoort? Daarop antwoordde ze: ‘bid voor de mensen die jou haten’. Ik keek haar aan en dacht: ‘is dit echt mijn vrouw die dit zegt’? Zo kende ik haar niet. Vervolgens zag ik haar ook bidden voor het eten. Ik was zo verbaasd. Vroeger was ze zo anders. Ze had veel stress en huilde veel. Nu zag ik haar bidden! Toen ik haar vroeg wat er aan de hand was, kwam ik erachter dat ze kerkdiensten bezocht. Ik werd heel nieuwsgierig.

Ommekeer
Twee weken later ontmoette ik Maurice. Hij kwam vaak op bezoek in het AZC om mensen te ontmoeten, te praten en spelletjes te spelen. We leerden elkaar beter kennen en Maurice bleek naar dezelfde kerk te gaan als mijn vrouw. Hij bood ons voor de volgende keer een lift aan naar de dienst.

Toen ik de kerk binnenkwam voelde ik een soort kracht in mij komen. Ik moest denken aan de moskeeën in Afghanistan. Daar was de moskee een heilige plaats. Hier is de kerk een heilige plaats. Ik werd er zo blij van dat mensen bij elkaar kwamen als familie om God te aanbidden. Ik had een plek om kalm te worden. Wat was ik gelukkig!

Uiteindelijk werd ik christen. In de kerk in Nieuwe Pekela kreeg ik een Bijbel in het Farsi (Perzisch), mijn eigen taal. Ik las in het Nieuwe Testament dat je, als je vertrouwt en gelooft in God, je een kind van God wordt. Ik wilde ook een zoon van God zijn. Daarom koos ik Jezus als mijn Verlosser. Op Hem wilde ik mijn leven bouwen.

About